Zwart-wit foto van mijn notitieboek, dat ik vasthoud in mijn linkerhand, terwijl ik achter de microfoon sta op een podium. Mijn rechterhand is in een ontspannen vuist gebald. Je kunt net niet lezen wat er op de pagina's staat.
Foto: Kristel Anna Frich

Waar sommige gedichten gemaakt zijn om eenmalig op het podium uit te spreken, hebben andere meer tijd en ruimte nodig. Hier lees je een kleine selectie van recent door mij geschreven gedichten, die nergens anders (online) te vinden zijn.

EN IK WEET NOG STEEDS NIET WAT MIJN MAAT IS

we groeiden op in de dunne jaren
cracottes en slankie smeerkaas-jaren
botten boven broekrand-jaren
jaren van meisjeslichamen verkleed als vrouw

we lazen tijdschriften met tips om verliefd te worden
en af te vallen op dezelfde pagina
we lazen over it-girls, wisten eigenlijk wel 
dat het nooit over ons zou gaan

ze spraken nog van huidskleur alsof het er één was
bedoelden eigenlijk: doorzichtig

we keken bij onze moeders af hoe we onszelf moesten bekijken
maakten scalpels van onze handen
hakten in gedachten een mooier spiegelbeeld

we leerden vooral iets niet te zijn
verwarden honger met discipline
smeerden netjes onze boterhammen 
gooiden ze netjes in de prullenbak op school

we kleedden ons aan om dun te lijken
kleedden ons uit in het donker 
we hadden geen stijl maar een streefgewicht

op een dag zou het ons lukken lichtgebouwd te zijn

we kochten al onze kleren op de krimp
en ik weet nog steeds niet wat mijn maat is nu

of hoe mijn handen te laten hangen als ik voor de spiegel sta

 

één lichaam is geen linie

we hebben meisjes nodig 
die de kamer rondkijken 
zichzelf proberen te herkennen in een ander 
en besluiten op te staan voor beiden

meisjes die van hun ogen lasers maken 
hun lichaam loszagen van het kader
meisjes die zeggen: niet in mijn naam

we hebben meisjes nodig die de suiker uit hun stemmen halen
die met hun ouders praten over de tijd
die verandert, over de kartelige taal
die een alternatief aanreiken over de keukentafel 

meisjes die een boodschap dragen in hun blik 
die een spiegel voorhouden, meisjes 
die het overnemen als die meisjes het niet volhouden

we hebben meisjes nodig
die in het heetst van de strijd een dutje doen
om terug te komen met verse dromen

meisjes die hun borstkas oprekken tot harnas 
om over hun jurken aan te trekken
hun sieraden omsmelten tot glimmende wapens
meisjes met bolle rode wangen vol vuur

meisjes die barsten
meisjes die zeggen ik ook
ik ook ik ook ik ook

we hebben meisjes nodig 
die weten dat er meisjes voor hen waren
en meisjes na hen komen die hun armen inhaken 

we hebben heel veel meisjes nodig 
we dwingen niemand
maar jij zou precies zo’n meisje kunnen zijn

familiepraktijk

het welvaartsprincipe was helder en overdraagbaar 
sorry voorouders
we zijn verwend en willen een eigen droom

één die niet in een hutkoffer past
ieder moment over een grens getild kan worden
zich aanpast aan elke gewenste omstandigheid

één die niet gemaakt is van perkament en geitenhuid
oneindig zwijgend schaduwspel
ononderbroken trilling van het gamelanorkest

we weten het nu wel
de dalang kijkt nooit achterom
maar de vraag blijft: 

wie strijkt de kreukels uit dat opgevouwen leven 
wijst de breuklijn aan
wie vertelt de witte dokters waar het pijn doet

ik steek mijn tong uit
ze kunnen hem niet lezen
ik ook niet

wie is hier eigenlijk voor verantwoordelijk?

sorry voorouders
ik wil niet bitter zijn of ondankbaar
maar er moet iets bestaan dat wezenlijker is dan veiligheid

ik wil geen taal als touw om me aan vast te houden
ik zoek een taal om in te dwalen en iets te vinden dat van mij is


Deze tekst verscheen als onderdeel van een grotere tekst in de verhalenbundel Modelverhalen – reflecties op Aziatische roots (Mazirel Pers, oktober 2024)