Waar sommige gedichten gemaakt zijn om eenmalig op het podium uit te spreken, hebben andere meer tijd en ruimte nodig. Hier lees je een kleine selectie van recent door mij geschreven gedichten, die nergens anders (online) te vinden zijn.
EN IK WEET NOG STEEDS NIET WAT MIJN MAAT IS
we groeiden op in de dunne jaren
cracottes en slankie smeerkaas-jaren
botten boven broekrand-jaren
jaren van meisjeslichamen verkleed als vrouw
we lazen tijdschriften met tips om verliefd te worden
en af te vallen op dezelfde pagina
we lazen over it-girls, wisten eigenlijk wel
dat het nooit over ons zou gaan
ze spraken nog van huidskleur alsof het er één was
bedoelden eigenlijk: doorzichtig
we keken bij onze moeders af hoe we onszelf moesten bekijken
maakten scalpels van onze handen
hakten in gedachten een mooier spiegelbeeld
we leerden vooral iets niet te zijn
verwarden honger met discipline
smeerden netjes onze boterhammen
gooiden ze netjes in de prullenbak op school
we kleedden ons aan om dun te lijken
kleedden ons uit in het donker
we hadden geen stijl maar een streefgewicht
op een dag zou het ons lukken lichtgebouwd te zijn
we kochten al onze kleren op de krimp
en ik weet nog steeds niet wat mijn maat is nu
of hoe mijn handen te laten hangen als ik voor de spiegel sta
één lichaam is geen linie
we hebben meisjes nodig
die de kamer rondkijken
zichzelf proberen te herkennen in een ander
en besluiten op te staan voor beiden
meisjes die van hun ogen lasers maken
hun lichaam loszagen van het kader
meisjes die zeggen: niet in mijn naam
we hebben meisjes nodig die de suiker uit hun stemmen halen
die met hun ouders praten over de tijd
die verandert, over de kartelige taal
die een alternatief aanreiken over de keukentafel
meisjes die een boodschap dragen in hun blik
die een spiegel voorhouden, meisjes
die het overnemen als die meisjes het niet volhouden
we hebben meisjes nodig
die in het heetst van de strijd een dutje doen
om terug te komen met verse dromen
meisjes die hun borstkas oprekken tot harnas
om over hun jurken aan te trekken
hun sieraden omsmelten tot glimmende wapens
meisjes met bolle rode wangen vol vuur
meisjes die barsten
meisjes die zeggen ik ook
ik ook ik ook ik ook
we hebben meisjes nodig
die weten dat er meisjes voor hen waren
en meisjes na hen komen die hun armen inhaken
we hebben heel veel meisjes nodig
we dwingen niemand
maar jij zou precies zo’n meisje kunnen zijn
familiepraktijk
het welvaartsprincipe was helder en overdraagbaar
sorry voorouders
we zijn verwend en willen een eigen droom
één die niet in een hutkoffer past
ieder moment over een grens getild kan worden
zich aanpast aan elke gewenste omstandigheid
één die niet gemaakt is van perkament en geitenhuid
oneindig zwijgend schaduwspel
ononderbroken trilling van het gamelanorkest
we weten het nu wel
de dalang kijkt nooit achterom
maar de vraag blijft:
wie strijkt de kreukels uit dat opgevouwen leven
wijst de breuklijn aan
wie vertelt de witte dokters waar het pijn doet
ik steek mijn tong uit
ze kunnen hem niet lezen
ik ook niet
wie is hier eigenlijk voor verantwoordelijk?
sorry voorouders
ik wil niet bitter zijn of ondankbaar
maar er moet iets bestaan dat wezenlijker is dan veiligheid
ik wil geen taal als touw om me aan vast te houden
ik zoek een taal om in te dwalen en iets te vinden dat van mij is
Deze tekst verscheen als onderdeel van een grotere tekst in de verhalenbundel Modelverhalen – reflecties op Aziatische roots (Mazirel Pers, oktober 2024)